home
inhoud

Vrouwenhuis in Kabul

Op 26 maart 2006 is het geopend, het huis voor weduwen en hun kinderen die geen sociale en economische opvang meer hebben. Ze leefden op straat of in de moskee en moesten zien te overleven zonder inkomsten, zonder bescherming.
De kinderen gaan nu naar school en de vrouwen die dat niet kunnen, bijna allemaal, leren nu lezen en schrijven.
Al het werk in het huis wordt gedaan door Afghaanse werkneemsters en werknemers, die hun taak goed doen en er voor worden betaald.
Zodra een van de vrouwen werk heeft gevonden en een inkomen heeft waarvan ze haar eigen huis kan betalen, gaat zij uit het huis weg. Zo maakt zij plaats voor weer een andere vrouw die opgevangen wordt en begeleid wordt naar werk.
Enkele vrouwen volgen nu een cursus coupeuse en willen een atelier gaan beginnen. Ook wordt er gewerkt aan het opstarten van kleine bedrijfjes, zoals een bakkerij en een cateringbedrijf, en zijn er andere ideeën. Die bedrijfjes moeten een start kunnen maken met geld uit Nederland, maar zullen eigendom worden van alle werkneemsters en enkele werknemers.
Over dit huis gaat onderstaande tekst.
Zie ook www.nahid.nl


Kabul in de winter

Het heeft gesneeuwd.
Het is prachtig buiten.
Een wereld met veel geweld, met veel armoede, met veel lelijks en kapots, toegedekt met een glinsterend wit en zacht laagje.
Overal wordt de sneeuw van de daken van de huizen geschoven. Want als de laag te dik wordt, storten de daken in.

Binnen in het Nahidhuis zijn de kinderen aan het spelen met rummikub en mens-erger-je-niet en met puzzels. De vrouwen kletsen. Schoonmaken doen ze om 6 uur ’s morgens.
Ik ruik gebakken uien: het eten wordt klaar gemaakt door de vrouw die aan de beurt is. Anderen moeten dan weer afwassen. Alles volgens schema. Alles in het huis gaat geordend en is goed georganiseerd.
Een dochter, 13 jaar oud, heeft net met de hand de was gedaan en hangt het buiten op. Misschien is het over een paar dagen droog.
Eén van de chaukidors (bewaking) is in de weer met een blik. Bij gebrek aan een blikschaar gebruikt hij de botte kant van een groot vleesmes en slaat met de hamer op de scherpe kant. Het werkte. Of het mes nog is te gebruiken waarvoor het is bedoeld, weet ik niet.

Het is nu drie maanden vakantie voor de kinderen, want de scholen moeten bij gebrek aan geld voor verwarming sluiten. Maar iedere ochtend en iedere middag krijgen ze les van Marzia, een van de betaalde medewerksters, dus het leren gaat gewoon door. De oudste kinderen gaan naar cursus Engels. Twee van de vrouwen ook. Zij hebben de school afgemaakt. En zij gaan ook naar een computercursus. Dat geeft hen daarna veel meer kans op werk. De andere vrouwen gaan 21 maart, na de vakantie, weer naar hun alfabetiseringscursus. Eén van hen kan nu, vol trots, haar eigen naam schrijven. Gisteren zag ik een moeder de cijfers schrijven tot 20. Haar dochter leerde het haar.
Vijf vrouwen hebben zich opgegeven voor een naaicursus. Shukria, de directrice, gaat dat nu organiseren. Er zit veel handel in het kopen van tweedehands kleding in Pakistan, dat hier verstellen en weer verkopen. Misschien lukt het ze om een bedrijfje op te zetten. Zij kunnen dan een eigen huis huren en nieuwe vrouwen kunnen in ons huis komen. Zo is er doorstroming en kunnen we meer vrouwen helpen bij de start van een zelfstandig leven.

De meeste kinderen hebben geen goede schoenen. Over een week is het Eidfeest. Het is de gewoonte hier dat dan iedereen nieuwe schoenen krijgt. Dat gaan wij ook doen. Alle moeders krijgen geld voor schoenen voor de kinderen. Ze gaan die dan zelf kopen. Zo verenigen we het nodige met het aangename.

Vanavond wordt er vast weer gezongen en gedanst. Ik verheug me er al op.

Janny Beekman, december 2006

naar boven