De PvdA en het onderzoek naar de oorlog tegen IrakOp 1 maart 2007 werd in de Tweede Kamer voor de negende keer in drie jaar tijd een motie ingediend, dat verzocht om een onderzoek naar achtergrond en de toedracht van de beslissing van de Nederlandse regering om steun te geven aan de oorlog tegen Irak in maart 2003. Voor de negende keer werd de motie afgewezen, maar voor de eerste keer stemde ook de PvdA tegen. Alle acht voorgaande malen had de PvdA een dergelijke motie gesteund. Nu, nadat de PvdA in de regering was gekomen, werd van verder aandringen op zo’n onderzoek afgezien. Fractieleider Tichelaar gaf het toe, hij had zijn knopen geteld en bitter geconstateerd dat ie verloren had, maar het was niet anders. Een reconstructie van de rol van de PvdA. In de week dat dit vredesblad ter perse gaat, zal (woensdag 4 april) opnieuw over de Nederlandse steun aan de oorlog tegen Irak worden gedebatteerd. Een tiende motie zal volgen en afwijzing zal haar deel zijn. In dat debat zal ook de uitnodiging van de Amerikanen uit november 2002 aan de orde komen om een fors deel van de Nederlandse krijgsmacht voor de oorlog ter beschikking te stellen, zoals uit onthullingen van het tv-programma Reporter bleek. Plus dat hierbij de stiekeme militaire bijdrage aan de Amerikaanse inval zal worden betrokken. Eerdere Kamervragen over spionagevluchten van Nederlandse F-16’s vanuit Kirgizië werden met een simpel nee beantwoord. Nu zijn er ook vragen gerezen over commando’s die een Amerikaanse vliegstrip in Noord-Irak hebben helpen gereed maken en spionage door een Walrusonderzeeër. Allemaal aanwijzingen dat Nederland er veel dieper in zat dan tot nu toe is toegegeven. Allemaal redenen om het naadje van de kous te willen weten. Een onderzoek moet er komen. Een onderzoek naar de oorlog tegen Irak zal ooit moeten aantonen wat er speelde in die jaren toen besloten werd een flauwekul argument in te roepen om oorlog te gaan voeren. Daarbij gaat het niet alleen om de rol van de PvdA, maar ook en vooral om de rol van de leiding van het CDA, te weten Balkenende en De Hoop Scheffer. Het beleid van de regeringen Balkenende I t/m III is door de jaren heen door dik en dun gesteund door CDA, VVD en de LPF. Deze partijen vormden een meerderheid die altijd verhinderde dat verzoeken en moties tot diepgaand onderzoek veel succes hadden. Zij zijn verantwoordelijk voor het feit dat Nederland de oorlog is ingerommeld. Zij zijn ook verantwoordelijk voor het toedekken van de feiten en achtergronden. Omdat de PvdA bereid was met het opgeven van haar geloofwaardigheid zo’n hoge prijs te betalen voor deelname aan de nieuwe regering Balkenende IV staan we hier uitvoerig stil bij de verschillende posities die de PvdA de laatste drie jaar heeft ingenomen in het grote debat over de oorlog tegen Irak. In de afgelopen vijfenhalf jaar heeft de PvdA belangrijke posities in het parlementaire en maatschappelijke debat ingenomen. De partij van Wouter Bos heeft zelfs enkele keren een sleutelpositie gehad en heeft dat nu, in de regering Balkenende IV, opnieuw. De positie van de PvdA is in vier onderscheidbare perioden te verdelen. Vooraf daaraan is het belangrijk er op te wijzen dat de PvdA onder leiding van Wim Kok de leidende regeringspartij in Paars II was. Deze periode valt buiten de bedoelde geschiedenis, maar moet worden aangestipt. De regering-Kok II verleende immers steun aan de oorlog tegen Afghanistan en sloeg daarmee een politieke richting in die het later moeilijker maakte, in de tijd van dreiging tegen Irak, om nog tegen de stroom in te zwemmen. In april 2002 viel het tweede Paarse kabinet. PvdA als oppositiepartij onder Balkenende I. Van juli 2002 – januari 2003PvdA-woordvoerder Bert Koenders legde in de zomer van 2002 sterk de nadruk op het legitimiteitsvraagstuk van de oorlog, maar had toen al sterke twijfels over de verhalen over de massavernietigingswapens van Irak. Op 5 september 2002 debatteerde de Tweede Kamer over een dreigende oorlog tegen Irak. Harry van Bommel hield Koenders voor: “Dan komt u toch alleen maar met ons tot de conclusie dat deze minister moet worden weggestuurd met de boodschap: Amerikanen, doe dit niet.” Bedoeld wordt, steun de oorlogsplannen niet. Daarop antwoordde Koenders: “Het zit toch iets ingewikkelder in elkaar. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik tegen oorlogslogica ben en dat ik het unilaterale optreden van Verenigde Staten fout vind, maar ik ga niet zover om op dit moment al een uitspraak te doen.” Dat bleek ook enkele dagen later uit het PvdA-stemgedrag op 10 september op een gezamenlijke motie van GroenLinks en SP. Deze vroeg van de regering een aanval op Irak af te wijzen en zowel bilateraal als in EU-, NAVO- en VN-verband alles in het werk te stellen om de Verenigde Staten ervan te weerhouden om een oorlog tegen Irak te beginnen. Alleen GroenLinks en de SP waren voor. Een week later tijdens de Algemene Beschouwingen voor de begroting van 2003 bevestigde PvdA-fractievoorzitter Van Nieuwenhoven deze politieke gedragslijn om op dat moment nog geen afstand van de Amerikaanse positie te nemen. Woordvoerder Koenders vroeg 13 september in Kamervragen om een spoedadvies van de Commissie Advies Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV). Dit orgaan moest zich buigen over de vraag of er geweld kon worden gebruikt en of daarvoor een nieuwe VN-resolutie nodig was, alsmede over het concept van preventieve aanvallen. Minister De Hoop Scheffer meldde in antwoord hierop dat een dergelijk advies niet noodzakelijk was. In de nasleep van de oorlog tegen Kosovo, die in 1999 ook zonder Veiligheidsraadmandaat werd uitgevoerd, adviseerde het CAVV dat in ‘extreme gevallen en alleen bij wijze van nooduitgang’ een preventieve oorlog mogelijk moest zijn. PvdA als onderhandelingspartnerToen in oktober 2002 na 87 dagen de stekker uit het kabinet Balkenende I werd getrokken, wachtte de PvdA de situatie een beetje af. Ten eerste was er een gewenste Veiligheidsraad resolutie, nr 1441 en verder was de UNMOVIC aan het werk getogen. De grote verkiezingsoverwinning van januari 2003 bracht fractieleider Bos in een belangrijke positie. Koenders schreef in een openbaar gemaakte brief in januari 2003 aan De Bezorgde Burgers: ‘Wij vinden dat we alles doen om via de internationale gemeenschap tot een oplossing te komen, het liefst in een brede internationale coalitie met vooral ook landen uit de regio. Zorgvuldigheid is essentieel, willen we het doel van deze VN-weg niet voorbijschieten. Het doel is om Irak vrij van massavernietigingswapens te maken en de internationale veiligheid te vergroten. De PvdA wil dus dat Nederland investeert in een krachtige VN. Ook vanuit onze traditie zijn we altijd op de VN georiënteerd. Wij willen dat het gezag van de Verenigde Naties en dat van de Veiligheidsraad wordt hersteld en dat vrede een kans krijgt voordat er militair wordt ingegrepen.’ Van 5 februari tot 12 april werden er moeizame formatieonderhandelingen gevoerd, die uiteindelijk mislukten en géén CDA-PvdA kabinet opleverden. Op 15 februari 2002 werkte de PvdA niet mee aan de organisatie van de massale vredesdemonstratie in Amsterdam. De partijtop was, anders dan vele leden, niet aanwezig. Uiteindelijk stuurde de PvdA aan op alleen politieke steun aan de oorlog en geen militaire. Op 18 maart 2003, letterlijk aan de vooravond van de oorlog, vroeg de PvdA ‘de regering actieve steun te onthouden aan het besluit militaire middelen in te zetten tegen Irak en zonder dat bestaande internationale verplichtingen van Nederland daarbij gevaar lopen niet met mensen en materieel aan zo’n militaire interventie bij te dragen.’ De motie werd verworpen, maar het demissionaire kabinet voerde de motie uit. Desalniettemin bleek kort na het begin van de oorlog dat een hoge Nederlandse militair wel degelijk meedraaide in de militaire leiding van de oorlog. Dat was overigens niet in strijd met de motie, want daarin werd in een tussenzin gesteld dat ‘bestaande internationale verplichtingen van Nederland daarbij (geen) gevaar (mogen) lopen.’ In de PvdA-fractie ware vier leden het niet eens met de koers van het fractiebestuur, zij stemden tegen de Nederlandse deelname aan de oorlog en tegen de politieke steun. Een maand later, op 22 maart 2003, net nadat de oorlog begon, was er opnieuw een vredesdemonstratie. Daar was de PvdA-top wel aanwezig. PvdA als oppositiepartij onder Balkenende II en III tot de verkiezingen van november 2006.Met het aantreden van het kabinet Balkenende II in april 2003 begon een periode waarin de PvdA zich zeer sterk maakte voor totale opheldering over de ware toedracht van de oorlog. Ook steunde de PvdA de Nederlandse deelname aan stabilisatiemissie SFIR in de provincie Al Moethanna. In zeker negen moties tussen juni 2003 en oktober 2006 werd voorgesteld onderzoek te doen naar de toedracht van de steun aan de oorlog. Allen werden door de PvdA gesteund. In drie gevallen was PvdA-woordvoerder Koenders eerste indiener. Alle moties werden door een rechtse meerderheid weggestemd. De PvdA is, afgezien van de teksten in de Kamermoties, ook buitengewoon duidelijk over de wijze waarop Nederland de oorlog in is gerommeld. In een verklaring van 15 november 2006 op de PvdA-website is er geen twijfel mogelijk. ‘De PvdA wil de waarheid boven tafel over het kabinetsbesluit de oorlog in Irak te steunen. Een ingrijpend en omstreden besluit, waar 89 procent van de Nederlanders op tegen was. Ondanks een waslijst aan vragen en zelfs duidelijke aanwijzingen van misleiding door de premier en verschillende ministers, weigert het kabinet verantwoording af te leggen.’ In de Tweede Kamer hebben CDA, VVD en LPF de eis van de oppositiepartijen tot een onderzoek naar de waarheid steeds afgewezen. Nu is er een burgerinitiatief ‘Openheid over Irak’ dat zich inzet voor het openbaar maken van de feiten die tot de Nederlandse steun aan de oorlog tegen Irak hebben geleid. Koenders: “We moeten er namelijk van uit kunnen gaan dat de informatie die de regering krijgt, klopt. Natuurlijk heeft Nederland een heel andere rol gespeeld in deze oorlog dan andere landen, maar ook onze regering heeft haar verantwoordelijkheid te nemen. Tot op heden heeft zij hierover nog geen verantwoordelijkheid af hoeven te leggen. Als dit dan niet door middel van een onderzoek mag, dan hopen we op een andere manier na 22 november. Dan zetten wij ons ervoor in dat de waarheid alsnog boven tafel komt.” Dit soort citaten van vooraanstaande PvdA’ers kunnen te hooi en te gras worden gevonden. Eén ding moet aan dit overzicht worden toegevoegd. Een onderzoek naar de toedracht van de oorlog in Irak wordt opvallend genoeg niet geëist in het PvdA-verkiezingsprogramma voor 22 november 2006. PvdA als deel van kabinet Balkenende IVDe laatste fase in de koers van de PvdA is die van regeringspartij in Balkenende IV. Volgens fractieleider Tichelaar is tijdens de onderhandelingen voor het regeerakkoord afgesproken dat er geen onderzoek naar de besluitvorming over de oorlog in Irak komt. Hij stelt ook dat de PvdA-fractie een motie in die richting niet zal steunen. (Buitenhof, 11 februari 2007) Dit is een onhoudbare situatie. De reden om te zwichten onder de druk van het CDA en te blijven zwijgen moet wel het lonkende pluche geweest zijn. De PvdA acht het onderwerp toch minder belangrijk dan al die jaren van de daken was geschreeuwd. De internationale druk om de waarheid over de oorlog in Irak te weten te komen is van het grootste belang. De PvdA heeft in alle toonaarden geëist dat er onderzoek in Nederland moet komen en nu laat ze het schieten. Om niet totaal belachelijk te blijven zal de PvdA deze houding in de komende jaren moeten laten varen en mee moeten werken aan een onderzoek. Guido van Leemput Dit artikel is een passage uit “Onverantwoord goedgelovig of welbewust misleidend? De Nederlandse steun aan de oorlog in Irak: een reconstructie.” Door Harry van Bommel en Guido van Leemput. Daarin een volledige reconstructie, dus niet alleen over de PvdA, over de argumenten en de gang van zaken in de aanleiding tot de oorlog tegen Irak. Uitgave van de SP, Rotterdam. Boek, 55 pagina’s, is te bestellen via www.sp.nl. Kosten € 2,30 exclusief porto. naar boven
Handtekeningen voor een parlementaire enquête rond IrakBurgerinitiatief 'Openheid over Irak', de SP, GroenLinks en coalitie Stop de Oorlog halen handtekeningen op voor een parlementaire enquête over de Nederlandse besluitvorming rond Irak. Ruim vier jaar na het begin van de oorlog weigert de regering nog steeds antwoord te geven op talloze wezenlijke vragen rond de destijds al zeer omstreden steun. Vragen omtrent zorgvuldigheid, maar ook omtrent mogelijke misleiding en leugens. Nu de Tweede-Kamerfracties van de regeringspartijen een dergelijk onderzoek opnieuw hebben geblokkeerd, is het aan de Eerste Kamer om een onderzoek in te stellen. Het debat daarover wordt snel na de installatie van de nieuwe Kamer op 12 juni 2007 verwacht. Daags daarvoor zullen de handtekeningen aan de Kamer worden aangeboden. Tekenen kan op de website van Openheid over Irak, waar ook uit te printen lijsten kunnen worden gedownload. |