home
inhoud

Geen vrede zonder vrouwen
Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad

‘Vrouwen kennen als geen ander de tol die conflicten eisen en zijn vaak ook beter in staat dan mannen om ze te voorkomen of op te lossen’ aldus Kofi A. Anan, voormalig Secretaris-Generaal van de VN in het voorwoord van Resolutie 1325 (2000). Waarover gaat deze resolutie en hoe is het met de uitvoering gesteld?

Van meet af aan heeft de Women’s International League for Peace and Freedom (WILPF), opgericht in 1915 en de oudste vrouwenvredesorganisatie ter wereld, een prominente rol gespeeld in de totstandkoming van Resolutie 1325. Dat gebeurde onder meer via de VN Vrouwenconferenties in de afgelopen eeuw. Met het Beijing Actieplan (1995) in de hand slaagde de NGO Working Group on Women Peace and Security, waarin WILPF een coördinerende rol vervult, erin de rol en positie van vrouwen bij gewapende conflicten prominent op de internationale agenda te plaatsen.

De publieke tribune van de VN Veiligheidsraad zat stampvol toen daar Resolutie 1325 op de agenda stond. Er werd veel geapplaudisseerd en vaak viel het woord ‘historisch’. En op 31 oktober 2000 was het dan zover: de resolutie werd unaniem door de Veiligheidsraad aangenomen. Het was inderdaad een historisch moment voor de vrouwenbeweging, een mijlpaal in de geschiedenis, dat nu internationaal is erkend dat vrouwen recht op bescherming hebben ten tijde van oorlog en gewapende conflicten, maar ook dat zij niet langer mogen worden buitengesloten als vredesonderhandelaars. Het blijft overigens opmerkelijk dat Resolutie 1325, inmiddels vertaald in 77 talen, ook is aangenomen door regeringen die in eigen land weinig oog hebben voor een gelijkwaardige positie van vrouwen.

Seksueel geweld als oorlogswapen

De afgelopen eeuw was de bloedigste eeuw in de geschiedenis van de mensheid met talloze slachtoffers en verwoeste gemeenschappen. Kenmerkend was ook dat behalve soldaten, vooral burgers het slachtoffer werden. Maar liefst 90 procent van de slachtoffers waren burgers, waarvan 70 procent vrouwen en kinderen. Juist vrouwen en meisjes zijn extra kwetsbaar, ook al vanwege het stelselmatig gebruik van seksueel geweld. Amnesty International, ook lid van de NGO Working Group, doet veel onderzoek op dit gebied. Hier een van de verhalen die deze mensenrechtenorganisatie optekende:

Ik werd ontvoerd door de aanvallers, die allemaal in uniform waren. Ze namen dozijnen meisjes zoals ik mee . . . Overdag werden we geslagen, en zeiden ze tegen ons: “Jullie, zwarte vrouwen, we zullen jullie uitroeien, jullie hebben geen god. ’s Nachts werden we diverse keren verkracht.”

Het gaat over geweld tegen vrouwen dat tevens gebruikt wordt als strategie om de vijand te vernederen en uit te roeien. Met name tijdens de VN Mensenrechtenconferentie in Wenen (1993), waar de inzet was dat vrouwen ook mensenrechten hebben en tijdens de Beijing Vrouwenconferentie (1995), is veel werk verzet om regeringsleiders te overtuigen seksueel geweld tegen vrouwen als misdaad te erkennen. Een speciale werkgroep, de ‘Women’s Caucus for Gender Justice’, heeft met steun van de internationale vrouwenbeweging het nodige lobbywerk verzet om in de statuten van het Internationale Strafhof deze vormen van geweld als misdaad op te nemen. In eerdere ontwerpteksten voor dit Strafhof werden dergelijke misdaden nog benoemd als ‘aantastingen van de menselijke waardigheid.’

Ook de tijdelijke oorlogstribunalen, die van Joegoslavië en Rwanda, hebben nu de mogelijkheid deze misdaden te berechten en te bestraffen. Op dit moment heeft het Internationale Strafhof diverse grote onderzoeken lopen over verkrachtingen en andere oorlogsmisdaden in Sudan (Darfur), Congo en Rwanda.

Het berechten van oorlogsmisdrijven is van groot belang voor de wederopbouw van een samenleving. Haat wordt dan niet langer van generatie op generatie overgedragen en de geweldsspiraal verbroken. Of zoals Kofi A. Annan het zegt: ‘Bestrijding van de straffeloosheid is een eerste vereiste om na een conflict te kunnen werken aan vrede.’

Gelijkheid, Ontwikkeling en Vrede

Resolutie 1325 benadrukt ook de rol van vrouwen als vredestichter en het recht op een gelijkwaardige plek aan de onderhandelingstafel en bij de inrichting van de samenleving. Hiermee erkent de resolutie de samenhang tussen ‘Gelijkheid, Ontwikkeling en Vrede’, het motto van de VN Vrouwenconferenties. Zo staat in het document van de Derde VN Vrouwenconferentie (Nairobi 1985): ‘Vrede is onlosmakelijk verbonden met de gelijkheid tussen vrouwen en mannen en met ontwikkeling.’ Of zoals Wangari Maathai, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 2004, het zei: ‘Vrede sticht je niet alleen door vechtende partijen aan tafel te brengen, door een oorlog te stoppen of door de wapenproductie te bestrijden. Als we echt van de vrede willen genieten, moeten we ook veel verantwoordelijker omgaan met de natuurlijke rijkdommen, die eerlijker verdeeld moeten worden – zowel nationaal als internationaal.’

Anno 2007 is het ontwikkelen van een andere politiek inzake vrede nog urgenter geworden gezien de enorme bedragen die uitgegeven worden aan bewapening en het gebrek aan geld voor ontwikkeling. Oorlogen en gewapende conflicten blijken nauwelijks duurzaam opgelost te worden en blijven voortbestaan. Bovendien is gebleken dat het voorkomen ervan goedkoper is en menselijke ellende bespaart.

Steeds vaker worden er vragen gesteld over het effect van militaire vredesmissies. Hadden de miljarden dollars en euro’s die hieraan worden uitgegeven niet op een andere manier kunnen worden besteed? Het uiteindelijke doel van vredesmissies is immers álle partijen aan de onderhandelingstafel te krijgen en niet alleen de krijgsheren. Maar dan is het wél nodig dat de gewone bevolking, inclusief vrouwen, zelf voor haar belangen kan opkomen. En voor díe ontwikkeling is ook geld nodig.

Hier ligt ook een relatie met de millenniumdoelen. In 2000 onderschreven 189 regeringen de acht millenniumdoelen met als voornaamste inzet de halvering van armoede in 2015. Vrouwen maken 70 procent uit van de 1,2 miljard mensen die met minder dan 1 dollar per dag moeten rondkomen. Een tussentijdse evaluatie van de millenniumdoelen laat zien dat er nog veel werk moet worden verzet om deze te realiseren, ook door gebrek aan geld. Een schrille tegenstelling is dat SIPRI, een vermaard onderzoeksinstituut in Zweden, heeft becijferd dat in 2005 wereldwijd 1,118 miljard dollar aan bewapening is uitgegeven. Dat is 173 dollar per hoofd van de bevolking. Men schat dat met 13 miljard dollar iedereen op deze wereld voedsel en primaire gezondheidzorg zou kunnen krijgen.

Activiteiten in Nederland

In Nederland zijn diverse initiatieven gaande om te werken aan het voorkomen en duurzaam oplossen van gewapende conflicten. Vanuit hun betrokkenheid bij de VN Vrouwenconferenties hebben een zevental vrouwen- en vredesorganisaties begin 2005 het Platform Vrouwen en Duurzame Vrede, waar WILPF Nederland deel van uitmaakt, opgericht onder de vlag van de Nederlandse Vrouwenraad. Er wordt nauw samengewerkt met de Nederlandse coalitie van People Building Peace (PBP Nl), waaraan inmiddels ruim veertig organisaties deelnemen. PBP Nl is op haar beurt weer aangesloten bij PBP Internationaal voor de uitvoering van een wereldwijde agenda ter voorkoming van gewelddadige conflicten. Resolutie 1325 wordt daarin genoemd als een belangrijk instrument voor de uitvoering van deze agenda.

Ook op regeringsniveau wordt aandacht besteed aan Resolutie 1325. Nederland behoort tot de groep ‘Friends of 1325’, een initiatief van een aantal Westerse landen om zich in te zetten voor de uitvoering van Resolutie 1325. En in de Algemene Vergadering van de VN in 2001 ging het statement van de Nederlandse vrouwenvertegenwoordigster Han Deggeller, lid van de regeringsdelegatie, over Resolutie 1325.

Een andere belangrijke ontwikkeling was de oprichting van de werkgroep ‘Taskforce Vrouwen, Veiligheid en Conflict’, die de Nederlandse regering in 2003 instelde met als doel bekendheid te geven aan deze resolutie en de toepassing ervan te bevorderen. Op 19 oktober j.l. hield de Taskforce haar afsluitende conferentie met de uitreiking van de 1325 Award, een prijs voor een organisatie of persoon in een conflictgebied die baanbrekend werk heeft verricht met Resolutie 1325. Die eer viel ten deel aan Etweda ‘Sugars’ Cooper vanwege haar inzet voor vrede en vrouwenrechten in Liberia. Zij is een van de oprichtsters van de Liberian Women’s Initiative, een zeer actieve en creatieve vrouwenorganisatie in dit Afrikaanse land.

Sugars, zoals haar bijnaam is omdat ze standvastig is, nooit bitter wordt maar ‘zoet’ blijft als suiker, is vol lof over resolutie 1325. Haar visie en ervaring in het werken met deze resolutie zijn typerend:

In het begin wisten we nauwelijks dat deze resolutie bestond, maar toen we meer internationale contacten kregen en we via UNIFEM, het vrouwenfonds van de VN, hoorden van deze resolutie, hebben we er intensief gebruik van gemaakt. De resolutie heeft ons gesterkt in het besef dat vrouwen niet langer buitengesloten mogen worden bij vredesonderhandelingen en dat er meer aan gedaan moet worden om hen te beschermen tegen seksueel en ander geweld ten tijde van oorlog. Ook dat de internationale gemeenschap zich daadwerkelijk in moet zetten om oorlog en gewapende conflicten te voorkómen, vinden we enorm belangrijk.

En: ‘Het is heel belangrijk dat wij als vrouwen overal ter wereld werken aan het geven van bekendheid aan Resolutie 1325 en aan andere prachtige internationale overeenkomsten, zoals het VN Vrouwenverdrag. Nu zijn dat al te vaak ‘papieren’-verdragen, die nauwelijks bekend zijn bij vrouwen die deze ondersteuning hard nodig hebben. Toen we de dorpen ingingen om de vrouwen te betrekken bij de verkiezingen, zagen we zoveel onwetendheid. Rechten van vrouwen zijn pas werkelijke rechten als vrouwen deze zelf kennen en regeringen erop toezien dat deze worden nageleefd.

Sugars benadrukt, net als het Platform Vrouwen en Duurzame Vrede, de noodzaak van een verdere uitwerking van Resolutie 1325 in de vorm van een nationaal actieplan. Een aantal landen hebben al zo’n plan, zoals Zweden, Noorwegen, Denemarken en Canada.

Het werk van de Taskforce ‘Vrouwen, Veiligheid en Conflict’ zal worden voortgezet door de ministeries van Buitenlandse Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie. Hoopgevend is dat er nu concrete plannen zijn om binnen afzienbare tijd te komen tot een Nederlands actieplan voor Resolutie 1325, waarbij ook ruimte is voor de inbreng van het maatschappelijk middenveld, inclusief de vredesbeweging.

Kortom een reden te meer voor maatschappelijke organisaties zich terdege te verdiepen in Resolutie1325. Een andere wereld is mogelijk!

Coby Meyboom, WILPF Nl


Interessante websites:
WILPF: www.wilpf.int.ch
NGO Working Group/ Resolutie 1325: www.peacewomen.org
Platform Vrouwen en Duurzame Vrede: www.nederlandsevrouwenraad.nl
People Building Peace: www.peoplebuildingpeace.nl en peoplebuildingpeace.org

naar boven

Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad

Resolutie 1325 met als titel ‘Vrouwen, Vrede en Veiligheid’ werd unaniem door de Veiligheidsraad aangenomen in oktober 2000 teneinde de deelname van vrouwen te versterken bij het voorkomen van gewapende conflicten evenals het duurzaam oplossen ervan. Inzet is het bevorderen van internationale vrede, veiligheid, ontwikkeling en van de mensenrechten.

De resolutie bestaat uit 18 artikelen waarin, kort samengevat, het VN-systeem en de lidstaten worden opgeroepen de volgende maatregelen te nemen:

  • Het bevorderen van de deelname van vrouwen bij het voorkomen van gewapende conflicten, bij vredesoperaties en om vredesinitiatieven van vrouwen in conflictgebieden te ondersteunen.
  • Te zorgen dat vrouwen deelnemen in instituties (nationaal, regionaal en internationaal) en aan de besluitvorming na een conflict (post-conflict) en bij de wederopbouw.
  • De bescherming van de mensenrechten van vrouwen en meisjes en van hun speciale behoeften in relatie tot oorlog en gewapende conflicten.
  • Het opnemen van een genderperspectief in al die activiteiten die te maken hebben met vrede, veiligheid, en humanitaire activiteiten.
Uitgangspunt van de resolutie is dat vrouwen zowel een bijdrage kunnen leveren als vredestichters, maar tevens bescherming behoeven vanwege hun kwetsbare positie.

Een belangrijk middel hiertoe is het opstellen en uitvoeren van nationale actieplannen. Voor het VN-systeem is in 2005 al een eigen actieplan aangenomen.

Zie ook: www.un.org/womenwatch


naar boven