home
inhoud

Nonviolent Peaceforce - 1 jaar burgervredeswerk in Sri Lanka

Van juli 1980 tot september 1981 was Sjors Beenker (46 jaar) dienstplichtig marechaussee en fuselier Prinses Irene. Van 1981 tot 1983 was hij actief binnen IKV, VD en Demobilisatie ’81 vanuit Wageningen. Hij werkte tussen maart 2005 en juni 2006 1 jaar voor Nonviolent Peaceforce (NP) met standplaats Trincomalee.

Hoe wordt je burgervredeswerker?

Als voedingsdidacticus werkte ik voor Artsen zonder Grenzen in Zuid-Soedan en Noord-Korea, maar ik vond ontwikkelingswerk duurzamer dan noodhulp. Als nationaal voedingskundige en docent aan de Universiteit van Suriname schatte ik dat meer dan de helft van de gevallen van ondervoeding te maken hadden met armoede en internationale politiek. Als politiek actievoerder lobbyde ik voor een ander EU-beleid bij 25 ministers van Landbouw. Een voorbeeld: na 15 jaar vrede in Beiroet was één maand oorlog voldoende om opnieuw te moeten beginnen, dus lijkt vredeswerk me opnieuw een stap duurzamer. Na gesprekken bij NEAG/Alternatieven voor Geweld (zie www.neag.nl) solliciteerde ik via www.nonviolentpeaceforce.org op veldwerk in een conflictgebied. Na een maand verblijf in Sri Lanka bleven 15 kandidaten over. Totaal volgde ik drie maanden training: basiseigenschappen (o.a. teamwerk, geweldloze theorie en praktijk zoals communicatie), EHBO, veiligheid, nationale geschiedenis, taallessen Tamil en Singalees, plus elk kwartaal een week retraite om wat tot rust te komen, beleid te bespreken enz.

Kun je iets meer vertellen over Nonviolent Peaceforce (NP)?

NP ontstond in 1999 uit The Hague appeal for peace, ondertekend door ruim 100 vredesorganisaties uit de hele wereld. Het idee van Gandhi om burgervredeswerkers als Shanti Sena (vredesmacht) naar conflictgebieden te sturen kreeg binnen NP als eerste vorm in Sri Lanka. NP opbouwen ging daar makkelijker dan in landen waar visa langer uitbleven, de situatie onveiliger was voor medewerkers en andere factoren als ongunstiger beoordeeld werden.

Wie werken voor NP?

Evenveel mannen als vrouwen; 24 tot 60 jaar; een jodin, een boeddhist, hindoes, moslims, diverse christenen, holisten, mensen die hun inspiratie uit een breed spectrum van religies halen; en expats uit 6 Afrikaanse, 6 Aziatische, 6 Europese en 3 landen op het Amerikaanse continent. Mijn team omvatte een Keniaanse coördinator, een USA-afstammelinge uit India, een Duitse en ik. Omdat de bevolking in Trincomalee 1/3 Tamil, 1/3 Singalees en 1/3 Moslim was, hadden wij uit elke etnische groep een tolk. Het hoofdkantoor in Colombo had ook administrateurs en zo uit Sri Lanka in dienst.

Op Sri Lanka pasten jullie diverse geweldloze technieken toe; kun je voorbeelden geven?

Vrede maken is vaak shuttle diplomatie: militairen bouwden een nieuwe checkpost, hetgeen stuitte op verzet van de hele buurt. Wij gingen om de beurt luisteren wat de commandant van de militairen en de uitgelopen vrouwen wilden zeggen. Na enige tijd heen en weer lopen en luisteren kwam een gealarmeerd lid van de stadsraad voorstellen doen. De commandant merkte dat de situatie op tegenstand stuitte en besloot de zandzakken te verplaatsen naar waar al een checkpost was. Ik was nog steeds ontevreden aangezien de zandzakken aanslagen met handgranaten bleven uitlokken, maar blij dat beide partijen zich neerlegden bij het compromis.
Vrede bouwen bij voorbeeld een bijeenkomst van een vredescomité bijwonen. Met Singalezen en Moslims, maar zonder Tamils. Meer frustratie als een politieofficier 15 mitrailleurs aanbiedt voor burgers die home guard willen worden.
Vrede bewaren op de foto: een fietsende home guard, 2 burgervredeswerkers en een tolk beschermen een vrouwendemonstratie in het distrikt Trincomalee.
Beschermende begeleiding: we begeleidden NGO's om te voorkomen dat Singalese checkpoints hen zouden tegenhouden als ze Tamils gingen helpen.
Beschermende aanwezigheid: we bezochten thuis vaak de familie van een vermoorde student. Zij werden met de dood bedreigd, nadat de vader als getuige verklaringen had afgelegd voor de rechtbank, de Aziatische mensenrechtencommissie en Amnesty International. Onze bezoeken bleven onvoorspelbaar, want we kwamen steeds op andere tijden, dagen, vanuit verschillende richtingen en met diverse voertuigen.
Tussenplaatsing: In onderling overleg stelden SLMM (Sri Lanka Monitoring Mission) en wij ons met pickup trucks op tussen een Tamil begravenisstoet en een Singalese woonwijk om het gooien van stenen te ontmoedigen.
Geruchten beheersing: nieuws met betrekking tot veiligheid kwam van 40 internationale organisaties via SMS terecht bij NP en 3 andere INGO's. Wij namen dan poolshoogte om te zien of bij voorbeeld een stuk weg inderdaad was afgesloten of te constateren of een handgranaat was gegooid. Door verzonnen roddels niet door te sturen voorkwamen we onrust.
Getuigen als buitenlander: 3 januari zag ik in het mortuarium vijf 20-jarigen met kogelgaten door het hoofd. In de Volkskrant sprak ik de doodsoorzaak uit de mond van de president tegen. BBC World TV werd het werken onmogelijk gemaakt, maar internationale NGO’s verminderen wangedrag o.a. via diplomatieke druk.
Waarnemen bij verkiezingen, o.a. lokale - op 30 maart 2006. Vlak na de inlandse training bij de presidentsverkiezing namen 10 collega’s waar met PAFFREL, EU- en commonwealth observers.

In jouw tijd daar verergerde het conflict. Kun je dat toelichten?

Van de zes keer dat het conflict verergerde tot een feitelijke staat van oorlog begon de escalatie vijf maal in Trincomalee, de hoofdstad van Noord en Oost Sri Lanka. De locatie van ons kantoor was gekozen aan de kustweg waar de spanning het meest voelbaar was. Samenwerking was het meest intensief met het andere team in het distrikt. Na een aanslag op de legercommandant in Colombo deden 500 pondsbombardementen het meubilair in ons Mutur kantoor dansen. De marine bracht het totaal aantal explosies daar op 600 totdat een luchtmachtbom 5 matrozen doodde. 25 Tamils werden gedood; wat een precisie…
Op 7 april zag ik een bekende van me in het mortuarium met een kogel door z'n keel. Die week werd de periode met de meeste indicatoren positief voor hervatting van de oorlog sinds het staakt-het-vuren in 2002.
12 april was het dieptepunt sinds de oprichting van NP: 20 doden, 50 opnamen in het hospitaal, 3550 vluchtelingen in scholen, 32 winkels verwoest, 55 hutten, huizen en diverse voertuigen verbrand, roven, rellen en aanvallen op 4 INGO-auto's. Na een bomexplosie in de Singalese markt kregen we met onze truck geen toegang tot vlakbij, maar even later hielden we zelf afstand. We zagen hoe uit een legervoertuig werd geschoten op enkele meters afstand van burgers. De tweede keer maakten we rechtsomkeert omdat we rook zagen boven een hoofdkruising en een menigte onze kant op rende. Radicale jongeren van een van de etnische groepen in het conflict stopten onze pickup, dronken en kwaad over de bomaanslag eerder die middag. Stenen vermorzelden drie ruiten waardoor we onder de glassplinters zaten. Ik herkende als enige van ons drieën een handgranaat onder de neus van mijn coördinator (ik gooide zo'n wapen tijdens militaire training in 1980).
Op 28 april kregen de meeste INGO's in Mutur een dreigbrief over de schutting gegooid.
Op 21 mei kregen NP, ZOA en InterSOS een granaat voor de deur. Een steen trof mijn collega uit Servië in z'n heup. Evacuatie met steun: per marine-gunboat vanaf Mutur via het hospitaal van Trincomalee en in een luchtmachtvliegtuig naar een ziekenhuis in Colombo.
Op 12 juni begon de derde groep van 12 vredeswerkers. Na mijn jaar suggereerden vele voortekens dat het uit de hand kon lopen en medewerkers als kikkers konden worden gekookt: Het water werd de eerste helft van 2006 langzaam heter. Moest je op den duur niet springen?! Beschermen lijkt bij oplopende spanning harder nodig, maar veel moeilijker omdat aandacht uitgaat naar de eigen veiligheid. Ik promootte preventie van post traumatisch stress syndroom binnen en buiten NP.
Opkomen voor belangen van mensen die dat zelf niet kunnen of durven heeft nadelen. Toen ik 's avonds langs een patrouille fietste zei ik niet te begrijpen waarom ze rouw-vlaggen verwijderden. De leider commandeerde 'rechtsomkeert!'. Mijn aanwezigheid irriteerde ook militairen die verdachten van een granaat aanslag arresteerden, ook al werd geweld mogelijk verminderd en/of uitgesteld. Het komt partijdig over en NP leerde me minder te confronteren.

Hoe is het verder afgelopen met de missie?

Lees dat op de NP-website en in het kadertje staan meer achtergronden over het conflict en de huidige situatie in Sri Lanka. De projectfinanciering kwam in het begin van burgers wereldwijd, maar tegenwoordig meer via o.a. Cordaid, het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, Unicef, Christian Aid. NP start projecten op Mindanao in de Filippijnen, in Guatemala, Colombia en/of aan de grens Uganda-Sudan.

Waarmee ben je nu bezig?

Dit relaas kon ik al zes keer kwijt, onder meer in vredescafés, zo geef ik overgebleven spanning een plek. Als vredesactivist stel ik vragen aan politici. Op de UvA volg ik colleges hoe gewelddadige conflicten te transformeren. Via het IKV leer ik beter vredesonderhandelen. Als counselor help ik paren samen verder te gaan. Het bevalt me heel divers te kunnen werken, maar ik ben wel toe aan een grotere taak binnen de (inter)nationale vredesbeweging. Wie weet leuk werk? Voor meer info/lezingen/foto’s, Sjors (ir G.L.J.) Beenker, beenker"at"yahoo.com en http://sbeenker.hyves.nl

Interview: Kees Kalkman

naar boven

Sri Lanka

Het Conflict in Sri Lanka is een burgeroorlog tussen Tamils en Singalezen. Deze burgeroorlog woedt sinds 1983. Ze heeft al 100.000 mensen uit hun huizen verdreven en 70.000 anderen het leven gekost. De Tamil Tijgers strijden voor de onafhankelijke staat Tamil Eelam. De Singalezen zijn hoofdzakelijk Boeddhisten en de Tamils hindoeïstisch.

Een staakt-het-vuren werd na Noorse bemiddeling gesloten in 2002. Sindsdien werden onderhandelingen gevoerd, maar de Tamil Tijgers staakten de onderhandelingen in 2003, omdat de regering volgens hen niet genoeg goede wil toonde. Toen in december 2004 een tsunami Sri Lanka overspoelde, en veel gebouwen en infrastructuur vernield werden, laaiden de spanningen weer op. De hulp die Sri Lanka kreeg, kwam voornamelijk terecht bij de regering, waardoor de Tamils het zonder hulp moesten stellen. In 2006 laaide het geweld weer op: in korte tijd vielen er 200 doden bij gevechten tussen de Tamil Tijgers en regeringssoldaten. Daarom werden weer onderhandelingen gevoerd in Genève, maar die leverden niets op. Hierna werd de oorlog hervat, en kwam een einde aan het staakt-het-vuren van 2002. Januari-oktober 2006 zijn er ongeveer 2000 doden gevallen.

(gebaseerd op http://nl.wikipedia.org/wiki/Sri_Lanka)


naar boven