SpringstofSamenstelling: Frank Slijper Pakistan en de VS tot elkaar veroordeeldPakistan’s zelf verkozen president en couppleger Pervez Musharraf manoeuvreert zich langzaamaan in een onmogelijke positie. Jonglerend met een scala aan binnen- en buitenlandse politieke problemen schiet de man steeds meer in een kramp. Niet alleen blijven democratische hervormingen op de lange baan geschoven worden, onwelgevallige geluiden worden steeds sneller de kop in gedrukt. Met het ontslag van opperrechter Chaudhry in maart overspeelde Musharraf duidelijk zijn hand. Massale protesten waren het gevolg. Ook vanuit het buitenland – vooral de VS – neemt de druk op Pakistan toe. Uitgeweken Taliban en Al-Qaida-strijders zouden te weinig achter de broek worden gezeten. Ook Osama bin Laden en zijn rechterhand Al-Zawahiri zouden op gezette tijden aan de Pakistaanse kant van de grens verblijven. Na zijn ‘fluwelen’ staatsgreep in oktober 1999 genoot Musharraf lange tijd het voordeel van de twijfel. De korte geschiedenis van de Pakistaanse natie kende immers wel meer militaire leiders. Bovendien werd hij direct na 11 september 2001 een sleutelfiguur voor de Amerikanen. Hij moest daarvoor wel breken met de Taliban, die door Pakistan als het officiële regime van Afghanistan werden erkend. Met het openen van zijn luchtruim voor de Amerikanen en hulp bij de controle aan de lange grens met Afghanistan kon Musharraf rekenen op grote sommen militaire hulp. De jaren daarvoor had Pakistan goeddeels drooggestaan als straf voor het kernwapenprogramma. Na 11 september deed dat er opeens niet meer toe. Dat ondertussen publiek bekend werd hoe de vader van de Pakistaanse kernbom Abdul Qadeer Khan aan de basis stond van ’s werelds grootste nucleaire proliferatieschandaal (zie elders in dit nummer) werd op de koop toegenomen – zolang Pakistan maar behouden bleef voor het Amerikaanse kamp in hun oorlog tegen het kwaad. Veel Pakistanen hebben Musharraf dat pact met de Amerikanen niet in dank afgenomen. Een serie mislukte moordaanslagen was zijn deel. Het Amerikaanse Center for Public Integrity heeft uitgerekend dat in de jaren 2002 tot en met 2004 Pakistan 4,2 miljard dollar van het Pentagon heeft ontvangen. Ter vergelijking: in de drie jaren daarvoor bedroeg de militaire steun 9,1 miljoen dollar, of minder dan een kwart procent van dat bedrag. Ruim de helft van de recente steungelden komt uit Coalition Support Funds, een amper gecontroleerde pot geld die kort na 11 september is ingesteld. Pakistan is met stip de grootse begunstigde van dit fonds. Een Senaatsmedewerker omschrijft de Pakistaanse hulp als de grootste Amerikaanse blanco cheque na die voor de ‘wederopbouw’ van Irak, zij het dat daar een belangrijk deel van het geld terechtkomt bij Amerikaanse bedrijven. Pakistan is na 2001 ook de belangrijkste ontvanger geworden van andere militaire hulpprogramma’s. Alleen Israël en Egypte ontvangen als uitvloeisel van de Camp David akkoorden van eind jaren zeventig nóg meer wapengeld. Dat een deel van dat geld uiteindelijk weer terugvloeit naar de VS hoeft niet te verbazen. Eind vorig jaar kreeg Islamabad na jaren gesoebat eindelijk het jawoord voor de aankoop van nieuwe F-16 gevechtsvliegtuigen en een grote beurt voor oude Pakistaanse toestellen. Geschatte kosten: 5 miljard dollar. Wim Kok aan boord bij StorkNa een serie benoemingen bij TNT, Shell, ING en Air France-KLM heeft ook Stork Wim Kok weten te verleiden tot een plaatsje in de raad van commissarissen. De personificatie van het begrip ‘exhibitionistische zelfverrijking’ komt daarmee in loondienst van een van Nederland’s grootste wapenfabrikanten. Het bedrijf zag de winst door problemen in de luchtvaartactiviteiten het afgelopen jaar verdampen. Kok mag een rol gaan spelen in het slepende conflict tussen het bedrijf en twee zogeheten hedgefondsen, die willen dat Stork zich alleen nog maar op de luchtvaartactiviteiten richt. Nu daar zware klappen vallen doordat Airbus – een belangrijke opdrachtgever van Stork – in zwaar weer verkeert, lijkt voor die keuze steeds minder enthousiasme te bestaan. Hoewel de bestellingen de afgelopen jaren als zoete broodjes over de toonbank vlogen, wil het bovendien met de bouw van de NH-90 multi-purpose helikopter niet erg vlotten. Stork is voor 5 procent eigenaar van de Italiaans-Frans-Duits-Nederlandse joint venture NH-Industries dat de helikopters bouwt. Eerder dit jaar moest staatssecretaris Van der Knaap van Defensie een zoveelste vertraging en daarmee kostenstijging in het NH-90 project aan de Tweede Kamer melden. De Lynx helikopters die eigenlijk met pensioen zouden moeten, worden daarom voor enkele miljoenen euro’s opgekalefaterd. Den Haag dreigt nu met een miljoenenclaim voor de fabrikanten en daarmee dus ook Stork. Koks portefeuille zal daar vast weinig van merken. (Trouw, 27 januari 2007; Jane’s Defence Weekly, 7 februari 2007; Ministerie van Defensie, Kamerbrief NH-90, 30 maart 2007) Zes nieuwe Chinooks voor defensieWaar soms tenminste nog enig debat wordt gevoerd over grote uitgaven van defensie zijn het in de praktijk vaak hamerstukken. Je mag blij zijn als er een drieregelig berichtje over in de krant staat. Zo mocht staatssecretaris Van der Knaap in februari zijn handtekening zetten onder een contract ter waarde van 500 miljoen euro voor de aanschaf van 6 nieuwe Chinook transporthelikopters. In Afghanistan zijn er twee verongelukt en door de toenemende aandrang van Nederland om de VS te volgen op het militaire pad is de transportbehoefte zienderogen toegenomen, vandaar een uitbreiding van de vloot met vier stuks. Vooral de cockpit moet het nieuwste van het nieuwste te zijn. Het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) mocht die samen met producenten Boeing en Honeywell ontwikkelen. Ook zijn de nieuwe Chinooks van extra snufjes voorzien om speciale troepen in vijandelijk gebied af te kunnen zetten, zodat nog beter samen met de Amerikanen kan worden opgetrokken. (Jane’s Defence Weekly, 14 februari 2007) naar boven |